Gemeente Zeist 27
Bestemmingsplan Den Dolder-Zuid, Bosch en Duin, Huis ter Heide-Zuid NL.IMRO.0355.BPDDZBDHtHN-VO01
mRO/ TOE / Voorontwerp/ 06.126-2/ maart 2011 Vastgesteld d.d.
2.4 Landschappelijke structuur en ecologie
Het plangebied is gelegen op de westelijke uitloper van de Utrechtse
Heuvelrug en wordt gekenmerkt door een herkenbare relatie met een aantal
landschapsvormende elementen. Hiertoe behoren de bodem, het reliëf, de
grondwaterstand en afgeleid daarvan het occupatiepatroon en de beplanting.
De samenhang van het plangebied met de overige gebieden van de Utrechtse
Heuvelrug is geleidelijk aan afgenomen. Zo is de bebouwing van Den Dolder
en Bilthoven min of meer aan elkaar gegroeid, waardoor in noordelijke
richting geen sprake is van een intensieve relatie tussen de bosgebieden. De
ligging van de voormalige vliegbasis en de bebouwing van Soesterberg heeft
de belangrijkste noord-zuid relatie van de Heuvelrug tot het gebied tussen
Amersfoort en Soesterberg beperkt. De bosgebieden van het plangebied en
de westelijk ervan gelegen bossen van de Pan vormen daardoor als het ware
een enclave naar de Heuvelrug, maar met een belangrijke relatie met de
relatief open agrarische gronden tussen De Bilt en Zeist.
De landschappelijke structuur van het plangebied wordt bepaald door de
herkenbare ligging op de Utrechtse Heuvelrug en het in het gebied aanwezige
bos. De ligging op de Heuvelrug heeft geleid tot een gebied met een
boskarakter met incidenteel reliëf en voor grote delen van het plangebied een
sterke verweving tussen bebouwing en bos. In het plangebied komt een
aantal bosgebieden voor, dat qua beeld, soort en samenstelling onderling van
elkaar verschilt.
De bosgebieden zijn voor de waarnemer in het gebied niet altijd goed
zichtbaar. Er bestaan grote verschillen tussen de beelden die ontstaan langs
de verschillende wegen die in het gebied voorkomen. Zo is in Den Dolder-Zuid
alleen incidenteel of op een enkele plaats sprake van de waarneembare
aanwezigheid van bos of bosrestanten. Gezien het feit, dat in het grootste
deel van het plangebied de bebouwing vrijwel altijd gekoppeld is aan de
belangrijkste interne ontsluitingsstructuur, is er sprake van binnengebieden
met bos van vaak een aanzienlijke omvang. Deze gebieden worden als het
ware ‘doorgezet’ door de in de tuinen doorlopende bosbeplanting. Het bos in
het plangebied kent een wisselende samenstelling. Het westelijke gedeelte
bestaat voornamelijk uit naaldbos, het oostelijk gedeelte uit loofbos.
Het plangebied is voor een groot deel bewoond en ontsloten, waardoor er
slechts kleine 'ongestoorde' boskernen resteren. Deze bevinden zich met
name in het deelgebied Bosch en Duin. Het bosgebied van de Pan en
Houdringe is voor uitwisseling van fauna met overige bossen op de Heuvelrug
voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van Bosch en Duin.
De grootte van de boskernen in het plangebied is zodanig dat vooral van
kleine diersoorten deelpopulaties in stand kunnen blijven. De onderlinge
afstand tussen de boskernen is relatief beperkt, waardoor zelfs voor kleine
Comments to this Manuals